OstFriesland

1Wat genealogie is hoeven we hier niet meer te vertellen, maar wel wat Oost-Friesland is. We moeten het begrip Oost-Friesland loskoppelen van het Oost- Friesche schiereiland, waarmee men geografisch gezien het gebied tussen de Ems en de Weser bedoelt, dat door middeleeuwse zee invloeden van de Dollard en de Jadeboezem zijn huidige weergave kent. Het oostelijke deel van dit schiereiland behoort binnenkort 500 jaar tot Oldenburg en blijft daarom buiten schot. Daarom is Oost-Friesland geen geografisch geheel maar alleen nog een historisch begrip, want zijn politieke invloed heeft het inmiddels ook verloren.

1 Familien forschung in deutschen Grenzraum zu den Niederlanden. blz 11-15.

Huidige Ostfriesland

Tot het huidige Oost-Friesland behoren het district Leer, Aurich en Wittmund en de stad Emden binnen het provinciaal district Weser-Ems van de deelstaat Niedersachsen. Tot 1978 was er een bijzondere provincie als opvolger van het oude Oost-Friesland. Dit bijzondere gebied is in 1464 door toedoen van Ulrich Cirksena ontstaan, die de verschillende Friese hoofdmannen in Oost-Friesland aan zich onderworpen had en in dit jaar staatsrechtelijk legitiem werd verklaard, doordat hij door de Duitse keizer tot graaf werd benoemd en benoemd en Oost-Friesland een graafschap van het heilige Rooms-Duitse rijk werd. In 1654 werden de graven van Oost-Friesland tot rijks koningen benoemd, zodat men vanaf toen het graafschap een koninkrijk noemde. De koninklijke familie Cirksena stierf in 1744 uit en werd toen door het koningshuis van Pruisen geërfd. Na de tussenliggende periode van Napoleon viel Oost-Friesland in 1815 toe aan het koninkrijk van Hannover, en in 1866 weer aan Pruisen. Sinds het einde van dit koningshuis maakt Oost- Friesland onderdeel uit van het landsdeel Niedersachsen Duitsland.

Tot zover in het kort de staatsrechtelijke gegevens van dit kleine landsdeel, waaraan nu het Nederlandse deel wordt toegevoegd, zonder welke Oost- Friesland ondenkbaar is. Lang voordat Nederland gevormd werd door de unie van Utrecht in 1584, stonden haar provincies Friesland en Groningen op basis van hun gemeenschappelijk verleden, in voortdurend contact met Oost-Friesland. Deze had met Groningen gemeen, dat beide landen in de late middeleeuwen het gebruik van de Friese taal opgegeven en het Nederduitse dialect aangenomen hadden, die ze ook nu nog gemeenzaam hebben. De stad Groningen had zijn vrijheid tot 1536 kunnen behouden, in welk jaar ze keizer Karel V trouw bewezen. Tot dan toe waren ze vrijwel onafhankelijk gebleven van hun stadheren, de bisschop van Utrecht, met uitzondering van het jaar 1500, wanneer keizer Maximilian I in zijn geldnood de hertog Albrecht van Sachsen de Friese landen als gewin gewest overdraagde waarbij de Oost-Friese graaf Edzard I Cirksena van de gelegenheid gebruik maakte, de Sachsen af te troeven en zich als heerser in Oost-Friesland en Groningen opwierp. Was dit op de lange duur gelukt, dan liep heden ten dage de Nederlands-Duitse grens westelijk van Groningen, maar het bleef een droom van enkele jaren.

Ezards Nakomelingen

Edzards nakomelingen waren allemaal onbekwaam om orde in hun financiën aan te brengen. Ze moesten geld van hun onderdanen vorderen, zo dat hun afvaardiging, de Oost-Friese landadel, in de loop van de 15e eeuw steeds machtiger werden. Deze klasse zag in de steeds belangrijker wordende staten der Nederlandse provinciën hun natuurlijke bondgenoten en adviseurs. Doordat in de Nederlanden een steeds scherpere tegenstelling en uiteindelijk een oorlog tegen de Spanjaarden ontstond, kwam het zover, dat Oost-Friesland een toevluchtsoord werd voor religieuze en andere vluchtelingen. Het was namelijk de stad Emden, waar in 1571 de eerste synode van de gereformeerde kerk plaatsvond, die veel voordeel van de vluchtelingen stroom ondervond. Emden groeide zowel qua bevolking als rijkdom en werd bovendien hoofd en speerpunt van de klassen in Oost-Friesland.


Herovering Groningen

Met de herovering van de stad Groningen in 1594 door de Nederlanders keert het tij zich. Van de beschermden worden ze de beschermers. De Nederlandse Staten Generaal krijgen steeds meer invloed in Oost-Friesland, waar men als bemiddelaar tussen de graaf en zijn klasse optrad. Deze uiteenzetting werd in 1611 voorlopig beëindigd met het Osterhususchen akkoord, een soort grondwet voor Oost-Friesland. Deze is in de Nederlandse taal opgesteld, en mede onderschreven door Nederlands afgezanten, die hierin bemiddeld hebben en zich hiervoor garant stelden. Daardoor werd Oost-Friesland tot 1744 vrijwel een satellietstaat van de verenigde Nederlanden. In Emden en Leerort staan Nederlandse garnizoenen. Veel Oost- Friezen studeren in Franeker en Groningen. In het westelijke landsdeel van Oost-Friesland neemt de gereformeerde confessie de Nederlandse taal zowel als kerktaal en schooltaal aan. Deze geloofssplitsing werd in 1599 in het verdrag tussen de staat en de kerk vastgelegd. In principe geldt ze ook nu nog.

Gebruik van Nederlands

Het gebruik van het Nederlands als voertaal, in het dagelijks verkeer sprak men platduits, liep pas in de 19e eeuw op z'n eind. Uit alles had de graaf van Oost-Friesland reeds in de 17e eeuw conclusies getrokken, en officieel om toetreding van zijn land tot de Verenigde Nederlanden gevraagd, wat door deze afgewezen werd. Oost-Friesland was dan uit het Duitse rijk getreden, zoals het de Nederlanden in 1648 gedaan hadden. Het Pruisische ingrijpen heeft dan ook in 1744 aan de politieke maar niet de culturele invloed van de Nederlanden een einde gemaakt. De culturele invloed bleef ononderbroken van kracht tot in de 19e eeuw, en in 1807 voor enige jaren Oost-Friesland in de periode van Napoleon onder zijn broer Ludwig, onderdeel uitmaakte van het koninkrijk Nederland. Aan dit kortstondige bestaan van het Nederlandse koninkrijk werd in 1810 door Napoleon een einde gemaakt en ingelijfd bij het keizerrijk Frankrijk. Hadden de Oost-Friezen zich bij Ludwig Napoleon wel thuis gevoeld, zo werden ze door zijn broer uitgebuit en was de bevrijding in 1813 zeer welkom. Het einde van de overheersing door Napoleon betekende ook het einde van de Nederlandse invloed in Oost-Friesland. Zoals de provincie Groningen in de 19e eeuw meer aangetrokken werd door Den Haag en Amsterdam, zo werd Oost-Friesland meer door het midden van Duitsland aangetrokken. Het beste voorbeeld hiervoor is het verbod voor de gereformeerde theologen om in Nederland te studeren, waarmee tegelijkertijd het gebruik van het Nederlands als kerktaal stopte. In 1889 werd in Emden de laatste Nederlandse preek gehoord. Uit dit voorbeeld van de wederzijdse betrekkingen wordt duidelijk, dat zondermeer de daarmee verbonden menselijke banden hun grote aandeel in de Oost-Friese familie geschiedenis hebben. Dit is overigens niets nieuws, men kan alleen over het aandeel van de invloedsgrootte van mening verschillen. Hiermee zijn we dan beland bij het Oost-Friese familieonderzoek.

Lutherse Gemeente

In het navolgende beperk ik me tot bronnen uit de gereformeerde of de lutherse gemeente. De katholieken spelen hierin geen rol van betekenis. Alle familieonderzoeken gaan, waar geen persoonlijke kennis meer aanwezig is, uit van de burgelijkestand en de kerkboeken. De burgelijkestanden in Duitsland verbergen zich achter de gegevensbescherming, om geen informatie te hoeven geven, en moet dan ook zeer hardnekkig zijn om gegevens los te kunnen krijgen. Wat de kerkboeken betreft, geldt voor heel Duitsland, dat ze niet in de staatsarchieven bewaard worden. Dit is een groot verschil met Nederland, waar dit wel gebeurd. In het staats archief in Aurich zijn alleen de zogenaamde 2e kerkboeken te vinden, dit zijn afschriften van de oorspronkelijke kerkboeken, die in de 19e eeuw door de dominees voor de staat gemaakt moesten worden. Deze boeken bevatten normaal gesproken alleen de jaren 1825 tot 1874. Voor al het overige moet men de individuele kerkgemeentes benaderen. Hier beginnen de boeken gewoonlijk in de 17e eeuw. Deze onderzoekingen zijn moeilijk en omslachtig, temeer daar vele dominees zich niet meer voor geschiedenis interesseren zoals velen van hun vroeger en dit houdt simpelweg in dat velen het oude schrift in de kerkboeken niet meer kunnen lezen. Tevens moet men, wanneer de onderzoekingen vorderen tot in de 18e of 17e eeuw, rekening houden met een eigenaardige Oost-Friese gewoonte om van familienamen te wisselen. Dit recht op namen werd voor het eerst in 1811 verboden en dit verbod werd in 1824 vernieuwd. Vele families hebben toen nieuwe namen aangenomen en anderen hun huidige naam vastgelegd. Ook waren er voor 1811, voornamelijk in de steden, vaste familienamen, op het platte land heeft deze gewoonte echter nog lang plaatsgevonden.

Bunde

Bunde heeft 7435 inwoners en ligt aan de Nederlands-Duitse grens. Tot de gemeente Bunde behoren Boen (462 inwoners), Bunde ( 3707 inwoners), Dollart ( 1312 inwoners ) en Wymeer ( 1310 inwoners) dit is de samenstelling van 30 juni 2002.
De gemeente Bunde heeft een oppervlakte van 121 km2 en ligt aan de Dollard.

Het gemeentewapen van Bunde is een Diremaster met gestreken zeilen en een wimpel aan de masttoppen en herinnert aan de tijd, dat Bunde in de middeleeuwen een haven van betekening was.